Kat in het nauw

Midden in de heetste nacht van het jaar schrik ik wakker door een ijselijk gekrijs. Verstrikt in een klam laken duurt het even voordat ik me realiseer dat ik thuis ben, dat het luik naar het dak openstaat en dat Louis, de poes, toen ik ging slapen het dak op is gegaan. Hij is de koning van hoger sferen en heeft het territorium van een heel dakenblok tot zijn koninkrijk gemaakt. Tot vannacht…

Ik spring m’n bed uit en ben in 4 grote stappen bij de trap. Op de een na onderste trede zit Louis, al z’n haren overeind, z’n staart als een dikke pluim schuin achter zich, half dwars op de tree om vooral zo groot en intimiderend mogelijk te lijken. Hij blaast en gromt diepe keelklanken vanuit dat normaal zo knuffelige lijf. Halverwege de trap zit een zwart monster met vuurspuwende ogen. Staart als een stekelig moordwapen recht achteruit en in al zijn opgezette harigheid heeft ook hij zich half dwars, over twee traptredes schrap gezet voor de grote sprong. Hij brult en kijkt me recht in de ogen. Ik doe 2 stappen de trap op en beweeg mijn armen terwijl ik zo overtuigend mogelijk ‘KSSST, KSSST’ roep. Het zwarte monster doet hetzelfde; hij gaat langzaam twee treden naar beneden en blaast, luider dan ik,  ‘SHHHISSS, SHHHHIS’.

In een seconde ben ik terug op de Hoogte Kadijk, 10 jaar geleden. Ik verkoop daar een heerlijk bovenhuis waar 2 katten wonen. Een kat herinner ik me nauwelijks, de ander herinner ik me levendig: Shaffy. Een pluizige cyperse lieverd. Een en al vriendelijkheid en nieuwsgierigheid. Tijdens het intake gesprek strijkt hij zijn kopje langs m’n benen en maakt hij me het schrijven onmogelijk door al spinnend op mijn papieren te gaan zitten. Hij volgt ons door het huis als ik word rondgeleid en zit vriendelijk knipogend vanaf een afstandje naar me te kijken. Wij zijn vrienden, zo veel is duidelijk.

Ik krijg de opdracht en begin met de verkoop. De markt is, vlak voor de crisis, net zo overspannen als hij 10 jaar later weer zal zijn. Binnen een dag na aanmelding op FUNDA staat mijn agenda vol; eerst plannen we 1 kijker per kwartier maar al gauw moeten we dat in verband met de drukte verdichten tot 1 bezichtiging per 5 minuten om te voorkomen dat kijkers pas over een maand – als het huis al lang en breed verkocht is – aan de beurt komen.

Tijdens de eerste bezichtigingsronde is poes 1 onzichtbaar maar Shaffy bewaakt zijn huis. Hij volgt iedereen en doet her en der een plasje op het parket. Met een dweiltje hobbel ik achter hem aan en excuseer ik hem. Tegen de tijd dat de laatste kijker vertrokken is probeer ik Shaffy gerust te stellen maar hij laat zich niet aaien noch lijmen met een snoepje. Ik besluit het huis te verlaten en hem zijn rust te gunnen. Ik loop de trap af naar het gemeenschappelijk trappenhuis en sluit de deur. Als ik de deur op slot wil draaien realiseer ik me dat ik mijn tas met sleutels boven heb laten liggen. Ik open de deur en wil naar boven lopen. Maar daar zit Shaffy… Halverwege de trap, dwars, dreigend en met zijn haren rechtovereind. Hij lijkt enorm, een andere kat, een wild beest! Ik spreek hem rustig toe en loop langzaam omhoog. Shaffy sist en gromt en dan… neemt hij een sprong. Zijn poten gestrekt voor zich uit met 4 klauwen in de aanslag. De nagels feilloos geslepen op de krabpaal. Hij landt halverwege mijn heupen en glijdt af langs mijn benen. Ladders schieten in mijn panty, bloed verschijnt in de krassen. Shaffy vlucht omhoog en verdwijnt naar de vierde verdieping. Ik pak snel mijn tas en vlucht het huis uit. Ik ben nog nooit bang geweest voor een kat maar herzie ter plekke mijn mening. Wat een furie!

Midden in de nacht, 10 jaar later, roep ik om hulp. Het visioen van Shaffy zorgt er voor dat ik niet verder de trap op durf… Een slaperige man verschijnt. Hij roept, sist en dreigt, maar het zwarte monster wijkt niet. Ik reik manlief vanachter zijn brede rug een setje strand rackets aan en al zwaaiend probeert hij het beest te verjagen. Uiteindelijk gooit hij een racket vlak langs het gevaarte. Het zeilt horizontaal over het terras en vindt als een frisbee zijn weg naar het luchtruim. De kat vlucht verbouwereerd, staart tussen de benen. De volgende ochtend vind ik het racket terug op straat.

Via facebook weet ik dat Shaffy, de liefste en meest zachtaardige huiskat voor zijn baasjes, onlangs gestorven is. Je bent nog steeds in mijn gedachten, lief stoer dier!

4 comments on “Kat in het nauw

    1. Oei, die t achter die d. Da’s geen verbeterpuntje dat is een verbeterPUNT! Dank je!

      Lief en speels… Dat zou je niet zeggen! Hij was enorm en maakte toch een lawaai. Het was niet tegen ons bedoeld natuurlijk, maar tegen onze Louis. Louis is als kitten van het balkon gevallen en heeft toen zijn achterkant verbrijzeld. Hij verdedigt zich daardoor slecht tegen andere katten omdat hij wat minder snel en beweeglijk is en laat zich wel vaker in de hoek drukken. Leuk dat je zo’n trouwe meelezer bent. Verbeteringen zijn altijd welkom!

  1. Ik ben blij dat je de vurige zwarte kat niet van het dak hebt geslagen met je racket, anders was ik mijn kat kwijt ;-).

    Overigens is deze zwarte kat juist een bange poeperd; hij maakt zoveel lawaai, als overcompensatie, maar leuk stuk!

    1. Beste Joosje,

      Jouw kat heeft blijkbaar onvermoed dappere eigenschappen;-) Hij was al halverwege de trap en helemaal niet van plan zich te laten verjagen; niet door onze kat en al helemaal niet door mij (dat laatste snap ik…)!
      We zouden hem nooit raken hoor, maar ik heb hem ’s nachts liever niet in huis. Hoe heet ‘ie? Dan kan ik hem in het vervolg tenminste netjes met naam en toenaam aanspreken; misschien maakt dat meer indruk.

      Bij gelegenheid moeten de heren maar eens rustig overdag aan elkaar snuffelen en vertrouwd met elkaar raken. Dan hoeven ze zich ’s nachts niet meer zo op te winden. Komt die van ons ook wel eens bij jou buurten? Hij is muisgrijs met witte sokken en een witte bef. Hij luistert (niet) naar de naam Louis.

      Hartelijke groet,

      Simone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *